Döda fallet

Net onder de plaats waar vroeger het Ragunda Meer en de Indalsälven samenkwamen, was tot 1796 een van de meest indrukwekkende watervallen van Zweden te vinden – de Grote Vallen, met een totale hoogte van 35 meter. De Grote Vallen maakten het vlotten van hout vanuit de grote bossen boven de vallen onmogelijk, omdat het hout door het wild stromende water helemaal kapot geslagen werd.
Om dit te voorkomen werden er plannen gemaakt om een verbinding te maken om het vlotten van hout voorbij de Vallen te laten lopen.

Een handelaar met de naam Magnus Huss (ook bekend als “de wilde Huss”) kreeg deze opdracht. Zijn idee was om water vanuit een klein stroompje in de buurt door een plateau te leiden dat daarna een kanaal uit zou slijten. In de nacht van 6 op 7 juni 1796 was, als gevolg van sneeuw die tijdens de lente was gesmolten, het niveau van de rivier zo hoog dat het door de barrière begon te breken. Het Ragunda Meer was binnen 4 uur helemaal leeg. De rivier had zijn baan veranderd en de Grote Vallen waren uitgedroogd. Bij de Dode Vallen en in de canyon eronder is het mogelijk om de sporen van de watervallen die er ooit waren te bestuderen via een weg met planken, trappen en bruggetjes. Gedeeltelijk toegankelijk voor rolstoelgebruikers.